Stichting Bescherming Privacybelangen (SBP) is op 12 september 2023 bij de rechtbank Amsterdam een rechtszaak gestart tegen Alphabet Inc., Google LLC, Google Ireland Limited en Google Netherlands B.V (“Google”). Voor meer informatie, raadpleeg het uittreksel van de dagvaarding (pdf). Lees het gezamenlijke persbericht van de stichting en de Consumentenbond.
Op 12 december 2023 is ook een andere belangenorganisatie, Stichting Massaschade & Consument (SMC), een rechtszaak gestart tegen Google. Die rechtszaak ziet ook op privacyschendingen, maar beperkt zich tot consumenten die vanaf 25 mei 2018 gebruik hebben gemaakt van een Android-telefoon.
Op 1 mei 2024 heeft Google op formele punten schriftelijk verweer gevoerd en de rechter gevraagd om de stichting niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen.
Op 22 oktober 2024 vond de eerste zitting tegen Google plaats bij de rechtbank Amsterdam. Deze zitting ging over de vraag of de stichting voldoet aan alle formele vereisten om de procedure tegen Google te mogen voeren.
In het vonnis van 15 januari 2025 heeft de rechtbank Amsterdam deze vraag (bevestigend) beantwoord en SBP ontvankelijk verklaard in haar vorderingen in de collectieve actie tegen Google. Dit betekent dat de stichting, gesteund door ons, de belangen van Google-gebruikers in Nederland mag behartigen.
Ook SMC is ontvankelijk verklaard in haar collectieve actie tegen Google.
Later wordt gekeken of beide procedures samen verdergaan en wie het voortouw mag nemen.
Op verzoek van de rechtbank hebben de SBP en SMC op 26 februari 2025 voor het eerst iets gezegd over het vervolg van de procedure. Dus hoe zij dit zien en of een collectieve schadevergoedingsactie voor privacy-inbreuken wel mogelijk is. Google heeft zich daarna ook uitgelaten over het vervolg van de procedure.
De rechtbank heeft de zaak op 23 juli 2025 aangehouden. Dat betekent dat de zaak tijdelijk is gepauzeerd. Dit in afwachting van resultaten uit een andere rechtszaak. Deze rechtszaak tegen Amazon gaat ook over privacyschendingen. De rechtbank in Rotterdam stelde vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Als deze antwoorden er zijn, dan kan de rechtszaak weer verder. De stichting is het niet eens met deze beslissing en heeft meerdere keren geprobeerd dit uitstel te voorkomen.
Zo heeft de stichting op 30 mei 2025 gevraagd om toch door te gaan met de procedure of om hoger beroep tegen de aanhoudingsbeslissing van de rechtbank open te stellen. De rechtbank heeft deze verzoeken in de zomer van 2025 afgewezen. In oktober 2025 heeft de stichting de rechtbank opnieuw gevraagd om de aanhoudingsbeslissing te heroverwegen. Dit nadat het hof in verschillende andere relevante privacy-relateerde zaken bepaalde dat de procedure toch kon worden voortgezet in afwachting van beantwoording van de prejudiciële vragen door het HvJEU. Ook dit verzoek is door de rechtbank in december 2025 afgewezen. De stichting heeft vervolgens toestemming aan de rechtbank gevraagd om hoger beroep aan te vragen tegen de aanhoudingsbeslissingen van de rechtbank, zodat het hof zich kan buigen over de vraag of de aanhouding terecht is.
Om geen tijd te verliezen, is de stichting in afwachting van de beslissing van de rechtbank de hoger beroepsprocedure in januari 2026 gestart. Maar de rechtbank heeft het verzoek om tussentijds hoger beroep aan te vragen op 11 februari 2026 afgewezen. Dit betekent dat de stichting niet in hoger beroep mag gaan en dat de rechtbank niet meer zal terugkomen van de aanhoudingsbeslissing. Hierdoor is er geen andere optie dan de beantwoording van de vragen van de rechtbank in de Amazon procedure af te wachten.